Na het middagmaal mocht iedereen aan de slag met firesteel en berkenbast om een eerste maal vuur te maken waarop ze vervolgens dmv een blikje verbrand katoen konden maken. Bij de ene lukte dit al wat vlugger dan bij de andere. De regen probeerde wel spelbreker te spelen maar daar waren de scouts natuurlijk op voorzien.
Stelregel bij het opstarten van een vuur is dat je steeds begint met luciferdikke, daarna potlood dikke, duimdikke , polsdikke en tenslotte (liefst gespleten brand altijd beter) stammetjes om het vuur brandend te houden.
De volgende oefening was het aanslaan van een kooltje op verbrand katoen en daarna dmv een vogelnestje tondel tot vuur blazen.
Tot slot nog enkele tips:
1. Leg steeds een bodem van dunne takjes waar je vuur wilt maken, dit voorkomt het optrekken van vocht uit de grond en
bevordert het toevoegen van zuurstof aan je vuur
2. Houdt rekening met je vuurdriehoek
3. Zet takjes rechtop aan de zijkant van je vuur, deze drogen verder uit en zo heb je altijd droog hout dan minder rookt





